Strategisch op de oostpunt
De bouw van het kasteel begon in de zestiende eeuw, met medewerking van de plaatselijke stammen. Het werd opgetrokken uit steen en gips en groeide uit tot een stevig bouwwerk: een citadel met twee torens, verbonden door een massieve muur van bijna drie meter dik. Achter de grote toegangspoort lag een ruime gang die ooit diende om stammen te ontvangen en raadsvergaderingen te houden.
De verdedigingswerken waren divers. Er was een sabla (een gemeenschapszaal) naast wachtruimten en tijdelijke gevangeniscellen. Boven de poort zat een masabba, een gietopening waardoor hete substanties op aanvallers konden worden gestort. De westelijke toren herbergde de kanonnen, waarvan er één nog op zijn plaats staat.